De aansprakelijkheid van ouders
Wanneer een minderjarige schade toebrengt aan derden of aan goederen van derden, stelt zich de vraag wie daarvoor juridisch verantwoordelijk kan worden gehouden.
Het Belgisch Burgerlijk Wetboek regelt niet alleen de mogelijke aansprakelijkheid van de minderjarige zelf, maar ook die van de ouders en andere personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen.
Wat betekent aansprakelijkheid?
In juridische zin houdt aansprakelijkheid de verplichting in om de schade te vergoeden die aan een ander werd toegebracht.
Om aansprakelijkheid vast te stellen, worden in het aansprakelijkheidsrecht doorgaans drie elementen onderzocht:
- het bestaan van een fout, met name onzorgvuldig, onvoorzichtig of onrechtmatig gedrag;
- het bestaan van schade;
- een oorzakelijk verband tussen de fout en de schade.
Bij schade veroorzaakt door minderjarigen wordt deze beoordeling aangepast aan hun leeftijd en ontwikkelingsniveau.
Wie kan aansprakelijk worden gesteld?
De wettelijke regeling is van toepassing op alle personen die het gezag over de persoon van de minderjarige uitoefenen. Het gaat onder meer om:
- ouders;
- adoptanten;
- voogden;
- pleegzorgers.
Niet de familiale band op zich is bepalend, maar het feit dat deze personen het gezag en de dagelijkse verantwoordelijkheid over het kind dragen.
Aansprakelijkheid bij minderjarigen jonger dan 16 jaar
Wanneer een minderjarige jonger is dan zestien jaar, geldt een systeem van foutloze aansprakelijkheid. Ouders en andere titularissen van het gezag zijn in dat geval aansprakelijk voor de schade die door het gedrag van de minderjarige aan derden wordt veroorzaakt.
Deze regeling houdt in dat:
- geen bewijs vereist is van een fout in hoofde van de ouders of toezichthouders;
- het volstaat dat de schade door de minderjarige werd veroorzaakt;
- een beroep op goede opvoeding of voldoende toezicht geen bevrijding van aansprakelijkheid oplevert.
De aansprakelijkheid ontstaat automatisch zodra aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Dit systeem beoogt een doeltreffende bescherming van het slachtoffer.
Aansprakelijkheid bij minderjarigen van 16 jaar of ouder
Voor minderjarigen die de leeftijd van zestien jaar hebben bereikt, voorziet het Burgerlijk Wetboek in een andere regeling. In deze gevallen bestaat een weerlegbaar vermoeden van aansprakelijkheid in hoofde van de ouders of andere gezaghebbenden.
Dat vermoeden kan worden weerlegd wanneer wordt aangetoond dat:
- geen fout werd begaan op het vlak van opvoeding of toezicht;
- de schade niet voortvloeit uit een nalatigheid van de gezaghebbenden.
De bewijslast rust hierbij bij de ouders of andere personen die het gezag uitoefenen.
Beoordeling van opvoeding en toezicht
Bij de beoordeling van het tegenbewijs wordt nagegaan of de ouderlijke verantwoordelijkheid zorgvuldig werd vervuld. Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met:
- de wijze waarop normen en waarden werden aangeleerd;
- de begeleiding en opvolging van het gedrag van het kind;
- het toezicht dat werd uitgeoefend, aangepast aan de leeftijd en zelfstandigheid van de minderjarige.
Deze beoordeling laat toe om vast te stellen of de schade redelijkerwijs aan een tekortkoming in opvoeding of toezicht kan worden toegeschreven.
De rol van de familiale verzekering
In de praktijk wordt de aansprakelijkheid van ouders en andere gezaghebbenden doorgaans gedekt door een familiale aansprakelijkheidsverzekering. Deze verzekering zorgt ervoor dat de schade effectief wordt vergoed en beperkt de financiële gevolgen voor het gezin.
De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.