De omvang van het bewind

Een bewind geldt niet automatisch voor alle beslissingen van een beschermde persoon

De vrederechter moet nauwkeurig bepalen voor welke handelingen bescherming nodig is. Alleen die handelingen vallen onder het bewind.


Hoe bepaalt de vrederechter de omvang van het bewind?

De vrederechter legt in de beslissing vast voor welke handelingen de beschermde persoon onbekwaam is. Die beoordeling gebeurt niet algemeen, maar per handeling of per categorie van handelingen.

De vrederechter houdt daarbij rekening met:

  • de persoonlijke omstandigheden van de beschermde persoon;
  • de gezondheidstoestand;
  • en, voor het bewind over de goederen, ook met de aard en samenstelling van het vermogen.

Dat uitgangspunt is essentieel. Bewindvoering is een maatregel op maat. De vrederechter mag dus niet volstaan met een algemene vaststelling dat bescherming nodig is. De vrederechter moet precies aangeven waar die bescherming begint en eindigt.


 1.  Handelingen met betrekking tot de persoon

Wanneer het bewind betrekking heeft op de persoon, moet de vrederechter de handelingen waarvoor bescherming geldt uitdrukkelijk opsommen.

De vrederechter moet zich in elk geval uitspreken over een aantal belangrijke persoonlijke beslissingen.


Persoonlijke en familiale beslissingen

De vrederechter moet uitdrukkelijk oordelen over de bekwaamheid van de beschermde persoon met betrekking tot:

  • de keuze van de verblijfplaats;
  • de toestemming om te huwen;
  • het instellen van of zich verweren tegen een vordering tot nietigverklaring van het huwelijk;
  • het instellen van of zich verweren tegen een vordering tot echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting;
  • het indienen van een verzoek tot echtscheiding door onderlinge toestemming;
  • het instellen van of zich verweren tegen een vordering tot scheiding van tafel en bed;
  • de erkenning van een kind;
  • procedures over afstamming;
  • de uitoefening van het ouderlijk gezag over de persoon van een minderjarig kind;
  • de uitoefening van ouderlijke prerogatieven;
  • de verklaring van wettelijke samenwoning en de beëindiging daarvan.


Burgerlijke en maatschappelijke rechten

De vrederechter moet ook uitdrukkelijk oordelen over:

  • een verklaring tot verkrijging van de Belgische nationaliteit, wanneer dat aan de orde is;
  • de uitoefening van rechten inzake persoonsgegevens;
  • de uitoefening van het recht van antwoord;
  • een verzoek tot naams- of voornaamswijziging;
  • de uitoefening van politieke rechten;
  • de ondertekening of authenticatie met de elektronische identiteitskaart;
  • de aangifte dat het geslacht vermeld in de geboorteakte niet overeenstemt met de innerlijk beleefde genderidentiteit.


Medische en lichamelijke beslissingen

De vrederechter moet zich ook uitspreken over de bekwaamheid van de beschermde persoon voor:

  • de toestemming om een experiment op de menselijke persoon uit te voeren;
  • de toestemming tot orgaanafname of het verzet daartegen;
  • het recht om een autopsie op een kind van minder dan achttien maanden te weigeren;
  • de toestemming tot de wegneming van lichaamsmateriaal bij levenden of het verzet daartegen.

Daarnaast moet de vrederechter in alle gevallen ook bepalen of de bewindvoerder de rechten van de patiënt kan uitoefenen wanneer de beschermde persoon dat zelf niet kan.


Andere specifieke activiteiten

De vrederechter moet ten slotte ook uitdrukkelijk oordelen over de uitoefening van bepaalde activiteiten in de wapenhandel en aanverwante activiteiten.


Gevolgen voor het ouderlijk gezag

Wanneer de vrederechter oordeelt dat de beschermde persoon onbekwaam is om het ouderlijk gezag over de persoon van een minderjarig kind uit te oefenen, heeft dat ook gevolgen voor het wettelijk bewind over de goederen van dat minderjarige kind.

Die koppeling is belangrijk. Een beperking op het vlak van het ouderlijk gezag over de persoon werkt dus door naar het beheer van de goederen van het minderjarige kind.


 2.  Handelingen met betrekking tot de goederen

Wanneer het bewind betrekking heeft op de goederen, bepaalt de vrederechter voor welke handelingen of categorieën van handelingen de beschermde persoon onbekwaam is.

Ook hier moet de vrederechter zich altijd uitdrukkelijk uitspreken over een aantal belangrijke vermogensrechtelijke handelingen.


Belangrijke handelingen over vermogen en schulden

De vrederechter moet uitdrukkelijk oordelen over:

  • het vervreemden van goederen;
  • het aangaan van een lening;
  • het in pand geven of hypothekeren van goederen;
  • het geven van toestemming tot doorhaling van een hypothecaire inschrijving;
  • het geven van toestemming tot doorhaling van de overschrijving van een bevel tot uitvoerend beslag zonder betaling.


Overeenkomsten en onroerende goederen

De vrederechter moet ook beslissen over:

  • het sluiten van een pachtcontract;
  • het sluiten van een handelshuurovereenkomst;
  • het sluiten van een gewone huurovereenkomst;
  • het sluiten van een overeenkomst van onverdeeldheid;
  • het aankopen van een onroerend goed;
  • het aangaan van een dading;
  • het afsluiten van een arbitrageovereenkomst;
  • het voortzetten van een handelszaak;
  • het berusten in een vordering betreffende onroerende rechten.


Nalatenschappen, schenkingen en erfenisplanning

De vrederechter moet verder uitdrukkelijk oordelen over:

  • het aanvaarden of verwerpen van een nalatenschap;
  • het aanvaarden of verwerpen van een algemeen legaat;
  • het aanvaarden of verwerpen van een legaat onder algemene titel;
  • het aanvaarden van een schenking;
  • het aanvaarden van een legaat onder bijzondere titel;
  • het schenken onder levenden;
  • het maken of herroepen van een uiterste wilsbeschikking;
  • het aangaan van een door de wet toegelaten erfovereenkomst.


Gezin, dagelijks beheer en andere rechten

De vrederechter moet zich ook uitspreken over:

  • het kiezen of wijzigen van een huwelijksstelsel;
  • het afsluiten en wijzigen van bepaalde overeenkomsten tussen feitelijk samenwonenden;
  • het stellen van handelingen van dagelijks beheer;
  • de uitoefening van het wettelijk bewind over de goederen van een minderjarig kind;
  • de uitoefening van rechten en plichten in fiscale en sociale zaken;
  • het aangaan van periodieke schulden;
  • het optreden in rechte als eiser of verweerder.


Dagelijks beheer en gebruik van een bankkaart

Wanneer het bewind ook betrekking heeft op handelingen van dagelijks beheer, kan de vrederechter verduidelijken welke handelingen daar precies onder vallen.

De vrederechter kan ook bepalen:

  • of de beschermde persoon een bankkaart mag gebruiken;
  • en onder welke voorwaarden dat gebruik is toegestaan.

Dat onderdeel is in de praktijk belangrijk. Het maakt duidelijk of de beschermde persoon nog zelf gewone dagelijkse verrichtingen mag uitvoeren en binnen welke grenzen dat mag gebeuren.


Bewind over de persoon en de goederen samen

Wanneer het bewind zowel betrekking heeft op de persoon als op de goederen, moet de vrederechter beide onderdelen duidelijk van elkaar scheiden.

  • De beslissing moet dan twee afzonderlijke delen bevatten:
  • een deel over de handelingen met betrekking tot de persoon;
  • en een deel over de handelingen met betrekking tot de goederen.

Die opsplitsing zorgt voor duidelijkheid. De beschermde persoon, de bewindvoerder en derden kunnen dan precies zien voor welke handelingen bescherming geldt.

De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.

Laatst gewijzigd
19/03/2026
Geschreven door
Thema's
Regio
Posts op evocaat.be
Wetboekartikelen
Oud Burgerlijk Wetboek - Art. 492
Print dit artikel

Vind een advocaat binnen dit thema

Een bewind geldt niet automatisch voor alle beslissingen van een beschermde persoon

De vrederechter moet nauwkeurig bepalen voor welke handelingen bescherming nodig is. Alleen die handelingen vallen onder het bewind.


Hoe bepaalt de vrederechter de omvang van het bewind?

De vrederechter legt in de beslissing vast voor welke handelingen de beschermde persoon onbekwaam is. Die beoordeling gebeurt niet algemeen, maar per handeling of per categorie van handelingen.

De vrederechter houdt daarbij rekening met:

  • de persoonlijke omstandigheden van de beschermde persoon;
  • de gezondheidstoestand;
  • en, voor het bewind over de goederen, ook met de aard en samenstelling van het vermogen.

Dat uitgangspunt is essentieel. Bewindvoering is een maatregel op maat. De vrederechter mag dus niet volstaan met een algemene vaststelling dat bescherming nodig is. De vrederechter moet precies aangeven waar die bescherming begint en eindigt.


 1.  Handelingen met betrekking tot de persoon

Wanneer het bewind betrekking heeft op de persoon, moet de vrederechter de handelingen waarvoor bescherming geldt uitdrukkelijk opsommen.

De vrederechter moet zich in elk geval uitspreken over een aantal belangrijke persoonlijke beslissingen.


Persoonlijke en familiale beslissingen

De vrederechter moet uitdrukkelijk oordelen over de bekwaamheid van de beschermde persoon met betrekking tot:

  • de keuze van de verblijfplaats;
  • de toestemming om te huwen;
  • het instellen van of zich verweren tegen een vordering tot nietigverklaring van het huwelijk;
  • het instellen van of zich verweren tegen een vordering tot echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting;
  • het indienen van een verzoek tot echtscheiding door onderlinge toestemming;
  • het instellen van of zich verweren tegen een vordering tot scheiding van tafel en bed;
  • de erkenning van een kind;
  • procedures over afstamming;
  • de uitoefening van het ouderlijk gezag over de persoon van een minderjarig kind;
  • de uitoefening van ouderlijke prerogatieven;
  • de verklaring van wettelijke samenwoning en de beëindiging daarvan.


Burgerlijke en maatschappelijke rechten

De vrederechter moet ook uitdrukkelijk oordelen over:

  • een verklaring tot verkrijging van de Belgische nationaliteit, wanneer dat aan de orde is;
  • de uitoefening van rechten inzake persoonsgegevens;
  • de uitoefening van het recht van antwoord;
  • een verzoek tot naams- of voornaamswijziging;
  • de uitoefening van politieke rechten;
  • de ondertekening of authenticatie met de elektronische identiteitskaart;
  • de aangifte dat het geslacht vermeld in de geboorteakte niet overeenstemt met de innerlijk beleefde genderidentiteit.


Medische en lichamelijke beslissingen

De vrederechter moet zich ook uitspreken over de bekwaamheid van de beschermde persoon voor:

  • de toestemming om een experiment op de menselijke persoon uit te voeren;
  • de toestemming tot orgaanafname of het verzet daartegen;
  • het recht om een autopsie op een kind van minder dan achttien maanden te weigeren;
  • de toestemming tot de wegneming van lichaamsmateriaal bij levenden of het verzet daartegen.

Daarnaast moet de vrederechter in alle gevallen ook bepalen of de bewindvoerder de rechten van de patiënt kan uitoefenen wanneer de beschermde persoon dat zelf niet kan.


Andere specifieke activiteiten

De vrederechter moet ten slotte ook uitdrukkelijk oordelen over de uitoefening van bepaalde activiteiten in de wapenhandel en aanverwante activiteiten.


Gevolgen voor het ouderlijk gezag

Wanneer de vrederechter oordeelt dat de beschermde persoon onbekwaam is om het ouderlijk gezag over de persoon van een minderjarig kind uit te oefenen, heeft dat ook gevolgen voor het wettelijk bewind over de goederen van dat minderjarige kind.

Die koppeling is belangrijk. Een beperking op het vlak van het ouderlijk gezag over de persoon werkt dus door naar het beheer van de goederen van het minderjarige kind.


 2.  Handelingen met betrekking tot de goederen

Wanneer het bewind betrekking heeft op de goederen, bepaalt de vrederechter voor welke handelingen of categorieën van handelingen de beschermde persoon onbekwaam is.

Ook hier moet de vrederechter zich altijd uitdrukkelijk uitspreken over een aantal belangrijke vermogensrechtelijke handelingen.


Belangrijke handelingen over vermogen en schulden

De vrederechter moet uitdrukkelijk oordelen over:

  • het vervreemden van goederen;
  • het aangaan van een lening;
  • het in pand geven of hypothekeren van goederen;
  • het geven van toestemming tot doorhaling van een hypothecaire inschrijving;
  • het geven van toestemming tot doorhaling van de overschrijving van een bevel tot uitvoerend beslag zonder betaling.


Overeenkomsten en onroerende goederen

De vrederechter moet ook beslissen over:

  • het sluiten van een pachtcontract;
  • het sluiten van een handelshuurovereenkomst;
  • het sluiten van een gewone huurovereenkomst;
  • het sluiten van een overeenkomst van onverdeeldheid;
  • het aankopen van een onroerend goed;
  • het aangaan van een dading;
  • het afsluiten van een arbitrageovereenkomst;
  • het voortzetten van een handelszaak;
  • het berusten in een vordering betreffende onroerende rechten.


Nalatenschappen, schenkingen en erfenisplanning

De vrederechter moet verder uitdrukkelijk oordelen over:

  • het aanvaarden of verwerpen van een nalatenschap;
  • het aanvaarden of verwerpen van een algemeen legaat;
  • het aanvaarden of verwerpen van een legaat onder algemene titel;
  • het aanvaarden van een schenking;
  • het aanvaarden van een legaat onder bijzondere titel;
  • het schenken onder levenden;
  • het maken of herroepen van een uiterste wilsbeschikking;
  • het aangaan van een door de wet toegelaten erfovereenkomst.


Gezin, dagelijks beheer en andere rechten

De vrederechter moet zich ook uitspreken over:

  • het kiezen of wijzigen van een huwelijksstelsel;
  • het afsluiten en wijzigen van bepaalde overeenkomsten tussen feitelijk samenwonenden;
  • het stellen van handelingen van dagelijks beheer;
  • de uitoefening van het wettelijk bewind over de goederen van een minderjarig kind;
  • de uitoefening van rechten en plichten in fiscale en sociale zaken;
  • het aangaan van periodieke schulden;
  • het optreden in rechte als eiser of verweerder.


Dagelijks beheer en gebruik van een bankkaart

Wanneer het bewind ook betrekking heeft op handelingen van dagelijks beheer, kan de vrederechter verduidelijken welke handelingen daar precies onder vallen.

De vrederechter kan ook bepalen:

  • of de beschermde persoon een bankkaart mag gebruiken;
  • en onder welke voorwaarden dat gebruik is toegestaan.

Dat onderdeel is in de praktijk belangrijk. Het maakt duidelijk of de beschermde persoon nog zelf gewone dagelijkse verrichtingen mag uitvoeren en binnen welke grenzen dat mag gebeuren.


Bewind over de persoon en de goederen samen

Wanneer het bewind zowel betrekking heeft op de persoon als op de goederen, moet de vrederechter beide onderdelen duidelijk van elkaar scheiden.

  • De beslissing moet dan twee afzonderlijke delen bevatten:
  • een deel over de handelingen met betrekking tot de persoon;
  • en een deel over de handelingen met betrekking tot de goederen.

Die opsplitsing zorgt voor duidelijkheid. De beschermde persoon, de bewindvoerder en derden kunnen dan precies zien voor welke handelingen bescherming geldt.

De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.

Laatst gewijzigd
19/03/2026
Geschreven door
Evocaat - Juridisch

Achter de schermen zijn wij druk aan het werk om dit platform te optimaliseren!

Wist u dat ons platform voortdurend in opbouw is? Zo kunnen wij u continu ondersteunen met actuele informatie!