Mag een winkel uw tas of boodschappen controleren?
Mag een winkel uw tas of boodschappen controleren? Wanneer is zo’n controle toegestaan? Wie mag die controle uitvoeren? En welke rechten heeft u als klant wanneer u van diefstal wordt verdacht?
Evocaat legt uit wat een winkel wel en niet mag controleren, wie bevoegd is en welke grenzen daarbij gelden.
Uw recht op privacy
Iedereen heeft recht op eerbiediging van zijn privéleven. Dat recht is onder meer beschermd door artikel 22 van de Belgische Grondwet en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Ook een controle in een winkel moet dat recht respecteren. U kunt dus niet zonder meer op eender welke wijze aan een controle worden onderworpen. Een winkel mag uw persoonlijke bezittingen, zoals een handtas of rugzak, niet zomaar openen of doorzoeken.
Daartegenover staat dat een winkel zijn goederen uiteraard moet kunnen beschermen tegen diefstal. De wet laat daarom bepaalde controles toe, maar alleen binnen duidelijke grenzen.
Welke regels gelden, hangt vooral af van het moment van de controle.
Controle aan de kassa of zelfscan
Aan de kassa mag een winkel controleren welke goederen worden afgerekend. Deze controle maakt deel uit van het normale betaalproces.
Bij een gewone kassa gebeurt dit door de aangeboden producten te scannen. Ook bij een zelfscankassa kan een controle plaatsvinden. Zo kan een winkel een willekeurige herscan uitvoeren om na te gaan of de geregistreerde producten overeenstemmen met de goederen in de winkelwagen.
Daarbij is het belangrijk dat een dergelijke controle op objectieve en niet-discriminerende wijze gebeurt. Klanten mogen dus niet worden geselecteerd op basis van willekeurige of niet-objectieve criteria.
Let op!
Een winkelmedewerker mag niet op eigen gezag een persoonlijke handtas, rugzak of andere bagage openen en doorzoeken.
Wilt de medewerker de inhoud daarvan bekijken, dan kan dit alleen wanneer u die goederen vrijwillig toont.
Uitgangscontrole
De situatie verandert zodra u de plaats van betaling hebt gepasseerd.
Wil de winkel op dat moment nagaan of u bepaalde goederen niet hebt betaald, dan gaat het om een uitgangscontrole wegens een vermoeden van winkeldiefstal.
Voor deze controle gelden specifieke en strengere regels uit de Wet van 2 oktober 2017 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid.
Bovendien kan deze wettelijke uitgangscontrole niet zomaar door om het even welke medewerker worden uitgevoerd. Zij behoort tot de activiteit winkelinspectie en wordt uitgevoerd door een bevoegde bewakingsagent.
Een gewone kassamedewerker, winkelbediende of filiaalverantwoordelijke beschikt niet over deze bijzondere wettelijke controlebevoegdheid.
Wanneer de bewakingsagent u aanspreekt, moet hij zijn identificatiekaart op borsthoogte en duidelijk leesbaar dragen.
Let op!
Ook een bewakingsagent mag niet op eigen gezag een persoonlijke handtas, rugzak of andere bagage openen en doorzoeken.
Wilt de bewakingsagent de inhoud daarvan bekijken, dan kan dit alleen wanneer u die goederen vrijwillig toont.
Wanneer mag een bewakingsagent een uitgangscontrole uitvoeren?
Artikel 124 van de Wet Private Veiligheid bepaalt drie voorwaarden. Die moeten alle drie samen vervuld zijn.
1. De mogelijkheid van controle moet vooraf zijn aangekondigd
Bij de toegang tot de winkel moet duidelijk zijn aangegeven dat een uitgangscontrole mogelijk is.
De klant moet dus vooraf kunnen weten dat zo'n controle kan plaatsvinden.
2. Er moet vooraf een concreet vermoeden van diefstal bestaan
De klant moet vóór de controle al worden verdacht van het voorbijgaan van de betaalplaats zonder bepaalde goederen te hebben betaald.
De controle mag dus niet eerst worden uitgevoerd om pas daarna te onderzoeken of misschien iets verdachts wordt gevonden.
Een voorafgaande observatie door een bewakingsagent kan voldoende zijn om dat vermoeden te ondersteunen. Ook een waarschuwingssignaal van een detectiepoort aan de uitgang kan daarvoor volstaan.
3. Alleen vrijwillig voorgelegde goederen mogen worden gecontroleerd
De bewakingsagent mag uitsluitend goederen controleren die u vrijwillig voorlegt en die u bij zich of in uw handbagage draagt.
Hij kan deze goederen vergelijken met uw kassabon of ander betalingsbewijs.
Hij mag daarentegen niet zomaar zelf uw handtas of rugzak openen, uw bagage leegmaken of in uw kleding zoeken.
Welke rechten heeft de klant?
Wanneer een bewakingsagent een klant aanspreekt die van diefstal wordt verdacht, moet hij de klant onmiddellijk informeren over twee specifieke rechten.
De klant kan:
- de aanwezigheid van een getuige eisen;
- vragen dat de verdere vaststelling buiten het zicht van het publiek plaatsvindt.
Dat laatste kan bijvoorbeeld belangrijk zijn wanneer de goederen met de kassabon worden vergeleken of wanneer verdere stappen worden besproken.
De controle hoeft dus niet midden in de winkel en in het zicht van andere klanten te worden afgehandeld.
Wat gebeurt er wanneer winkeldiefstal wordt vastgesteld?
Wanneer wordt vastgesteld dat bepaalde goederen niet werden betaald, kunnen verschillende verdere stappen volgen.
1. Betaling van de niet-betaalde goederen
Artikel 125 bepaalt dat een bewakingsagent aan een klant die op diefstal werd betrapt geen andere geldsom mag vragen dan het bedrag dat overeenstemt met de betaling van de ontvreemde goederen.
Een bewakingsagent kan dus niet zelf een strafrechtelijke boete opleggen.
De bevoegdheid van de bewakingsagent blijft beperkt tot wat de wet hem uitdrukkelijk toestaat.
2. Minnelijke afhandeling via politie en parket
In bepaalde gevallen kan de politie, volgens de richtlijnen van het Openbaar Ministerie, ter plaatse een zogenaamde lik-op-stukboete voorstellen. Het gaat daarbij om een onmiddellijke minnelijke schikking die bedoeld is om eenvoudige en duidelijke feiten snel af te handelen.
Voor winkeldiefstal kan deze regeling onder meer worden toegepast wanneer de dader op heterdaad wordt betrapt, de feiten vaststaan en worden erkend en er geen verzwarende omstandigheden aanwezig zijn. De eventuele schade aan de winkelier moet eveneens worden vergoed.
Wordt de minnelijke schikking correct uitgevoerd en betaald, dan vervalt de strafvordering.
3. Verdere strafrechtelijke vervolging
Wanneer de feiten worden betwist, ernstiger zijn of verder onderzoek vereisen, kan een proces-verbaal worden opgesteld en aan het parket worden overgemaakt.
De procureur des Konings beslist vervolgens welk gevolg aan het dossier wordt gegeven.
Het dossier kan worden geseponeerd, buitengerechtelijk worden afgehandeld of aanleiding geven tot strafrechtelijke vervolging.
Wanneer een vervolging wordt ingesteld, is het uiteindelijk de bevoegde strafrechter die beoordeelt of de diefstal bewezen is en welke straf of maatregel wordt opgelegd.
De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.