De wettelijke reserve van reservataire erfgenamen
Wie schenkt of een testament opstelt, beschikt niet altijd volledig vrij over zijn vermogen.
Het Belgische erfrecht beschermt bepaalde erfgenamen met een minimumdeel. Dat minimumdeel heet de wettelijke reserve.
Wat is de wettelijke reserve?
De wettelijke reserve is:
het deel van de nalatenschap dat de wet voorbehoudt aan bepaalde erfgenamen. De erflater kan dat deel niet zomaar wegschenken of via testament aan iemand anders nalaten.
De reserve vormt dus een grens aan de vrijheid om te schenken of te testamenteren. Zij verhindert niet dat iemand een successieplanning uitwerkt. Zij bepaalt wel hoe ver die planning mag gaan.
Erfgenamen die recht hebben op zo’n beschermd minimumdeel worden reservataire erfgenamen genoemd. In het Belgische erfrecht gaat het vooral om de kinderen en de langstlevende echtgenoot.
Waarom bestaat de reserve van erfgenamen?
De reserve beschermt de nauwe familiale band tussen de erflater en bepaalde erfgenamen. De wet laat persoonlijke vrijheid toe, maar wil vermijden dat kinderen of de langstlevende echtgenoot volledig worden uitgesloten.
Daarom maakt het erfrecht een onderscheid tussen twee delen:
- de reserve: het wettelijk beschermde deel;
- het beschikbaar deel: het deel waarover de erflater vrij kan beschikken.
Het beschikbaar deel kan worden gebruikt voor schenkingen of testamentaire voordelen. Dat kan ten voordele van een kind, een partner, een vriend, een familielid of een goed doel. De grens ligt waar de reserve van de beschermde erfgenamen wordt aangetast.
Wie zijn reservataire erfgenamen?
Niet elke erfgenaam is een reservataire erfgenaam. De wet beschermt slechts bepaalde personen met een gewaarborgd minimumdeel.
De belangrijkste reservataire erfgenamen zijn:
- de kinderen of hun afstammelingen, wanneer zij bij plaatsvervulling erven;
- de langstlevende echtgenoot.
Ouders zijn vandaag in principe geen reservataire erfgenamen meer. Een wettelijk samenwonende partner heeft wel een beperkt wettelijk erfrecht, maar geen erfrechtelijke reserve. Een feitelijk samenwonende partner erft zonder testament in principe niet.
Dat onderscheid is belangrijk. Wettelijk erven is niet hetzelfde als reservatair beschermd zijn. Een reservataire erfgenaam heeft een sterker recht, omdat hij zijn minimumdeel kan opeisen wanneer dat werd aangetast.
1. De reserve van de kinderen
Kinderen hebben samen recht op de helft van de rekenboedel. Die rekenboedel wordt ook vaak de fictieve massa genoemd.
Het aantal kinderen verandert niets aan de totale reserve. De kinderen samen behouden altijd recht op de helft. Alleen het individuele minimumdeel per kind verschilt naargelang het aantal kinderen.
Enkele voorbeelden maken dit duidelijk:
- bij één kind bedraagt de reserve van dat kind de helft;
- bij twee kinderen heeft elk kind in principe recht op één vierde;
- bij drie kinderen heeft elk kind in principe recht op één zesde;
- bij vier kinderen heeft elk kind in principe recht op één achtste.
De andere helft vormt in beginsel het beschikbaar deel. Over dat deel kan de erflater vrijer beschikken.
Deze regel heeft een belangrijke praktische betekenis. Een ouder kan een kind niet volledig onterven zonder dat dit kind daartegen kan optreden. De ouder kan wel binnen het beschikbaar deel iemand anders bevoordelen.
2. De reserve van de langstlevende echtgenoot
Ook de langstlevende echtgenoot geniet reservataire bescherming. Die bescherming verschilt van de reserve van de kinderen.
De langstlevende echtgenoot heeft in principe recht op een reserve in vruchtgebruik. Vruchtgebruik betekent dat de echtgenoot een goed mag gebruiken en de opbrengsten ervan mag genieten, zonder noodzakelijk volle eigenaar te zijn.
De reserve van de langstlevende echtgenoot bestaat uit twee belangrijke onderdelen:
- Ten eerste is er de algemene bescherming: het vruchtgebruik op de helft van de rekenboedel.
- Ten tweede is er de bijzondere bescherming van de gezinswoning en de huisraad: schenkingen of testamentaire beschikkingen mogen er niet toe leiden dat de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik of het recht op huur van de gezinswoning en de aanwezige huisraad verliest.
De wet beschermt hier niet alleen een vermogenswaarde. Zij beschermt ook de woonzekerheid van de langstlevende echtgenoot.
Wat is de fictieve massa of rekenboedel?
De reserve wordt niet berekend op basis van wat toevallig nog aanwezig is op de dag van overlijden. Anders zou iemand de reserve eenvoudig kunnen uithollen door tijdens zijn leven grote schenkingen te doen.
Daarom werkt het erfrecht met een rekenboedel, ook wel fictieve massa genoemd.
Die wordt in grote lijnen als volgt samengesteld:
- men vertrekt van de goederen die aanwezig zijn bij het overlijden;
- men trekt de schulden van de overledene af;
- men telt bepaalde schenkingen fictief opnieuw bij.
Die berekening dient om te controleren of de reservataire erfgenamen voldoende ontvangen.
Een voorbeeld:
Iemand laat bij overlijden 50.000 euro na. Er zijn 2.000 euro schulden. Tijdens het leven werd 5.000 euro geschonken. De rekenboedel bedraagt dan 53.000 euro: 50.000 euro min 2.000 euro plus 5.000 euro.
Op die 53.000 euro wordt vervolgens nagegaan welk deel beschermd is en welk deel vrij beschikbaar was.
Wat is het beschikbaar deel?
Het beschikbaar deel is het vermogen waarover de erflater vrij kan beschikken zonder de reserve te schenden.
Wanneer er kinderen zijn, bedraagt het beschikbaar deel in principe de helft van de rekenboedel. Die helft kan worden gebruikt om iemand extra te bevoordelen.
Dat kan bijvoorbeeld via:
- een schenking aan één kind bovenop zijn erfdeel;
- een schenking aan een vriend of familielid;
- een testament ten voordele van een partner;
- een legaat aan een goed doel.
Het beschikbaar deel is dus de juridische speelruimte van de erflater. De reserve is de grens.
Wat gebeurt er als de reserve wordt aangetast?
Wanneer een schenking of testament de reserve aantast, is die schenking of testamentaire beschikking niet automatisch volledig ongeldig. De benadeelde reservataire erfgenaam moet persoonlijk optreden.
Dat gebeurt via een vordering tot inkorting.
Inkorting betekent dat een schenking of testamentair voordeel wordt verminderd voor zover het de wettelijke reserve schendt. De begunstigde die te veel heeft ontvangen, moet dan in principe een vergoeding betalen of het voordeel laten verrekenen.
De inkorting is dus geen straf. Het is een juridisch herstelmechanisme. Zij brengt het vermogen opnieuw in overeenstemming met de reservataire rechten.
Een voorbeeld:
Stel dat een ouder twee kinderen heeft. Bij overlijden blijft er nog 20.000 euro over. Tijdens het leven schonk de ouder 120.000 euro aan een vriend.
De rekenboedel bedraagt dan 140.000 euro. De kinderen hebben samen recht op de helft, dus op 70.000 euro. Elk kind heeft in principe recht op 35.000 euro.
Als de kinderen samen slechts 20.000 euro ontvangen, is hun reserve aangetast. Zij komen 50.000 euro tekort. In dat geval kunnen zij inkorting vragen van de schenking aan de vriend, voor zover dat nodig is om hun reserve te herstellen.
Inbreng en inkorting: niet hetzelfde
Inbreng en inkorting worden vaak met elkaar verward. Toch hebben zij een andere functie.
Inbreng speelt vooral tussen erfgenamen onderling. Zij moet ervoor zorgen dat bepaalde schenkingen worden verrekend bij de verdeling van de nalatenschap. Het doel is gelijkheid tussen erfgenamen.
Inkorting heeft een andere bedoeling. Zij beschermt de wettelijke reserve. Het doel is niet gewone gelijkheid, maar het herstel van het minimumdeel waarop een reservataire erfgenaam recht heeft.
Dat onderscheid is belangrijk bij schenkingen aan kinderen. Een schenking kan bedoeld zijn als voorschot op erfdeel, maar ook als extra voordeel buiten erfdeel. Vooral in dat laatste geval moet worden nagegaan of het beschikbaar deel niet wordt overschreden.
De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.