De onderhoudsplicht van kinderen

Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat familieleden in bepaalde omstandigheden levensonderhoud verschuldigd zijn aan elkaar.

Deze verplichting geldt niet uitsluitend van ouders tegenover hun kinderen. De onderhoudsplicht binnen de familie is wederkerig. Ook kinderen kunnen dus gehouden zijn bij te dragen in het levensonderhoud van hun ouders.


Wanneer zijn kinderen onderhoud verschuldigd?

Kinderen kunnen verplicht zijn levensonderhoud te verschaffen aan:

  • hun ouders;
  • hun grootouders;
  • andere bloedverwanten in de opgaande lijn.

Deze verplichting ontstaat wanneer deze personen behoeftig zijn, wat betekent dat zij niet beschikken over voldoende middelen om in hun noodzakelijke levensbehoeften te voorzien.

Het levensonderhoud kan betrekking hebben op onder meer:

  • voeding;
  • huisvesting;
  • medische verzorging;
  • verblijfskosten in een woonzorgcentrum;
  • andere noodzakelijke kosten van levensonderhoud.


Waarom bestaat deze onderhoudsplicht?

De onderhoudsplicht van kinderen tegenover hun ouders berust op het beginsel van familiale solidariteit.

Het familierecht gaat ervan uit dat wederzijdse ondersteuning binnen de familie in bepaalde gevallen juridisch afdwingbaar moet zijn. Zoals ouders tijdens de minderjarigheid van hun kinderen moeten instaan voor hun onderhoud en opvoeding, kan omgekeerd van kinderen worden verwacht dat zij bijdragen in het levensonderhoud van hun ouders wanneer deze behoeftig worden.


Onderhoudsplicht van schoonkinderen

De wet voorziet eveneens een onderhoudsplicht tussen schoonkinderen en schoonouders.

Schoonzonen en schoondochters kunnen in bepaalde omstandigheden verplicht zijn bij te dragen in het levensonderhoud van hun schoonouders wanneer deze zich in een behoeftige toestand bevinden.

Deze verplichting eindigt echter:

  • wanneer de schoonouder een nieuw huwelijk aangaat;
  • wanneer de echtgenoot die de aanverwantschap heeft doen ontstaan én de kinderen uit dat huwelijk overleden zijn.


Hoe wordt het levensonderhoud bepaald?

De omvang van het verschuldigde levensonderhoud wordt bepaald aan de hand van twee criteria:

  • de behoeften van de persoon die het levensonderhoud vraagt;
  • de financiële draagkracht van de persoon die het levensonderhoud verschuldigd is.

De rechter beoordeelt dit telkens in functie van de concrete omstandigheden van de betrokken personen.

Daaruit volgt dat kinderen niet automatisch eenzelfde bijdrage moeten betalen. De onderhoudsplicht wordt beoordeeld in verhouding tot de financiële mogelijkheden van elk kind afzonderlijk.


Onderhoudsplicht in de praktijk

De onderhoudsplicht van kinderen tegenover hun ouders komt in de praktijk vaak aan bod wanneer ouders de kosten van hun verzorging of verblijf niet meer zelf kunnen dragen.

Wanneer geen vrijwillige bijdrage wordt betaald, kan een tussenkomst worden gevraagd via het OCMW of kan een gerechtelijke procedure volgen voor de familierechtbank.

De onderhoudsplicht is dus niet louter moreel van aard, maar kan onder bepaalde voorwaarden ook juridisch worden afgedwongen.


Aanpassing van de onderhoudsverplichting

De onderhoudsverplichting is niet definitief en kan worden aangepast wanneer de omstandigheden wijzigen.

Een vermindering of opheffing van het levensonderhoud kan worden gevraagd wanneer:

  • de onderhoudsplichtige persoon niet langer over voldoende middelen beschikt;
  • de persoon die het levensonderhoud ontvangt niet langer behoeftig is.


Vervallen van de onderhoudsplicht

De onderhoudsplicht geldt niet onbeperkt in alle omstandigheden.

Wanneer een ouder zich tegenover het kind ernstig heeft misdragen, kan de vraag rijzen of het nog redelijk is dat dit kind financieel moet bijdragen in het levensonderhoud van die ouder.

In de rechtspraak kan onder meer rekening worden gehouden met ernstige feiten zoals:

  • zware verwaarlozing;
  • mishandeling;
  • fysiek of psychisch geweld;
  • ernstig tekortschieten in de ouderlijke verantwoordelijkheid.

De beoordeling daarvan behoort tot de familierechtbank, die onderzoekt of de concrete omstandigheden een ontheffing van de onderhoudsplicht kunnen verantwoorden.


Andere wijze van uitvoering van de onderhoudsplicht

Wanneer een onderhoudsplichtige persoon aantoont dat een geldelijke bijdrage niet mogelijk is, kan de familierechtbank beslissen dat de onderhoudsplicht op een andere wijze wordt uitgevoerd.

De rechtbank kan bijvoorbeeld bevelen dat de onderhoudsplichtige persoon de behoeftige ouder bij zich in huis neemt en instaat voor kost en onderhoud.

Deze oplossing laat toe rekening te houden met de financiële situatie van de betrokken personen en met de concrete omstandigheden van de zaak.

De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.

Laatst gewijzigd
10/03/2026
Geschreven door
Thema's
Regio
Posts op evocaat.be
Wetboekartikelen
Burgerlijk Wetboek - Art. 205
Print dit artikel

Vind een advocaat binnen dit thema

Het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat familieleden in bepaalde omstandigheden levensonderhoud verschuldigd zijn aan elkaar.

Deze verplichting geldt niet uitsluitend van ouders tegenover hun kinderen. De onderhoudsplicht binnen de familie is wederkerig. Ook kinderen kunnen dus gehouden zijn bij te dragen in het levensonderhoud van hun ouders.


Wanneer zijn kinderen onderhoud verschuldigd?

Kinderen kunnen verplicht zijn levensonderhoud te verschaffen aan:

  • hun ouders;
  • hun grootouders;
  • andere bloedverwanten in de opgaande lijn.

Deze verplichting ontstaat wanneer deze personen behoeftig zijn, wat betekent dat zij niet beschikken over voldoende middelen om in hun noodzakelijke levensbehoeften te voorzien.

Het levensonderhoud kan betrekking hebben op onder meer:

  • voeding;
  • huisvesting;
  • medische verzorging;
  • verblijfskosten in een woonzorgcentrum;
  • andere noodzakelijke kosten van levensonderhoud.


Waarom bestaat deze onderhoudsplicht?

De onderhoudsplicht van kinderen tegenover hun ouders berust op het beginsel van familiale solidariteit.

Het familierecht gaat ervan uit dat wederzijdse ondersteuning binnen de familie in bepaalde gevallen juridisch afdwingbaar moet zijn. Zoals ouders tijdens de minderjarigheid van hun kinderen moeten instaan voor hun onderhoud en opvoeding, kan omgekeerd van kinderen worden verwacht dat zij bijdragen in het levensonderhoud van hun ouders wanneer deze behoeftig worden.


Onderhoudsplicht van schoonkinderen

De wet voorziet eveneens een onderhoudsplicht tussen schoonkinderen en schoonouders.

Schoonzonen en schoondochters kunnen in bepaalde omstandigheden verplicht zijn bij te dragen in het levensonderhoud van hun schoonouders wanneer deze zich in een behoeftige toestand bevinden.

Deze verplichting eindigt echter:

  • wanneer de schoonouder een nieuw huwelijk aangaat;
  • wanneer de echtgenoot die de aanverwantschap heeft doen ontstaan én de kinderen uit dat huwelijk overleden zijn.


Hoe wordt het levensonderhoud bepaald?

De omvang van het verschuldigde levensonderhoud wordt bepaald aan de hand van twee criteria:

  • de behoeften van de persoon die het levensonderhoud vraagt;
  • de financiële draagkracht van de persoon die het levensonderhoud verschuldigd is.

De rechter beoordeelt dit telkens in functie van de concrete omstandigheden van de betrokken personen.

Daaruit volgt dat kinderen niet automatisch eenzelfde bijdrage moeten betalen. De onderhoudsplicht wordt beoordeeld in verhouding tot de financiële mogelijkheden van elk kind afzonderlijk.


Onderhoudsplicht in de praktijk

De onderhoudsplicht van kinderen tegenover hun ouders komt in de praktijk vaak aan bod wanneer ouders de kosten van hun verzorging of verblijf niet meer zelf kunnen dragen.

Wanneer geen vrijwillige bijdrage wordt betaald, kan een tussenkomst worden gevraagd via het OCMW of kan een gerechtelijke procedure volgen voor de familierechtbank.

De onderhoudsplicht is dus niet louter moreel van aard, maar kan onder bepaalde voorwaarden ook juridisch worden afgedwongen.


Aanpassing van de onderhoudsverplichting

De onderhoudsverplichting is niet definitief en kan worden aangepast wanneer de omstandigheden wijzigen.

Een vermindering of opheffing van het levensonderhoud kan worden gevraagd wanneer:

  • de onderhoudsplichtige persoon niet langer over voldoende middelen beschikt;
  • de persoon die het levensonderhoud ontvangt niet langer behoeftig is.


Vervallen van de onderhoudsplicht

De onderhoudsplicht geldt niet onbeperkt in alle omstandigheden.

Wanneer een ouder zich tegenover het kind ernstig heeft misdragen, kan de vraag rijzen of het nog redelijk is dat dit kind financieel moet bijdragen in het levensonderhoud van die ouder.

In de rechtspraak kan onder meer rekening worden gehouden met ernstige feiten zoals:

  • zware verwaarlozing;
  • mishandeling;
  • fysiek of psychisch geweld;
  • ernstig tekortschieten in de ouderlijke verantwoordelijkheid.

De beoordeling daarvan behoort tot de familierechtbank, die onderzoekt of de concrete omstandigheden een ontheffing van de onderhoudsplicht kunnen verantwoorden.


Andere wijze van uitvoering van de onderhoudsplicht

Wanneer een onderhoudsplichtige persoon aantoont dat een geldelijke bijdrage niet mogelijk is, kan de familierechtbank beslissen dat de onderhoudsplicht op een andere wijze wordt uitgevoerd.

De rechtbank kan bijvoorbeeld bevelen dat de onderhoudsplichtige persoon de behoeftige ouder bij zich in huis neemt en instaat voor kost en onderhoud.

Deze oplossing laat toe rekening te houden met de financiële situatie van de betrokken personen en met de concrete omstandigheden van de zaak.

De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.

Laatst gewijzigd
10/03/2026
Geschreven door
Evocaat - Juridisch