Handelingen waarvoor een bewindvoerder niet kan optreden

Een bewindvoerder kan niet voor alle handelingen optreden. Voor sommige beslissingen sluit de wet elke tussenkomst uit.

Het gaat om handelingen die zo persoonlijk zijn dat de bewindvoerder daar niet kan bijstaan en ook niet kan vertegenwoordigen.


Een bewindvoerder kan normaal optreden voor handelingen waarvoor de beschermde persoon onbekwaam is verklaard. Voor bepaalde handelingen geldt een uitzondering. Ook als de beschermde persoon voor die handelingen onbekwaam is verklaard, kan de bewindvoerder daar niet voor optreden.

De wet trekt hier dus een duidelijke grens. Sommige beslissingen blijven zo nauw verbonden met de persoon zelf dat een bewindvoerder ze niet kan overnemen.


Handelingen over huwelijk en samenleven

Een bewindvoerder kan niet optreden voor:

  • de toestemming om te huwen;
  • een vordering tot nietigverklaring van een huwelijk;
  • het vaststellen van de echtelijke verblijfplaats;
  • de toestemming om over de gezinswoning te beschikken;
  • een vordering tot echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting;
  • een vordering tot scheiding van tafel en bed;
  • een verzoek tot echtscheiding door onderlinge toestemming;
  • een verklaring van wettelijke samenwoning;
  • de beëindiging van de wettelijke samenwoning.

Dat zijn beslissingen die rechtstreeks raken aan het huwelijk, het samenleven en het gezinsleven. De bewindvoerder kan die beslissingen niet in de plaats van de beschermde persoon nemen.


Handelingen over afstamming, adoptie en ouderlijk gezag

Een bewindvoerder kan ook niet optreden voor:

  • de erkenning van een kind;
  • de toestemming tot die erkenning;
  • het verzet tegen een rechtsvordering tot onderzoek naar moederschap of vaderschap;
  • de toestemming tot adoptie;
  • de uitoefening van het ouderlijk gezag over het minderjarige kind van de beschermde persoon;
  • de ouderlijke prerogatieven die verband houden met de staat van de persoon van dat minderjarige kind.

Voor het ouderlijk gezag geldt één uitzondering. Het wettelijk bewind over de goederen van het minderjarige kind valt niet onder dit verbod. Alleen het ouderlijk gezag over de persoon van het kind en de daarmee verbonden prerogatieven zijn uitgesloten.


Handelingen over het lichaam en medische keuzes

Een bewindvoerder kan niet optreden voor:

  • de toestemming tot sterilisatie;
  • de toestemming tot een handeling van medisch begeleide voortplanting;
  • een verzoek tot euthanasie;
  • een verzoek tot uitvoering van een zwangerschapsafbreking;
  • de toestemming voor handelingen die de fysieke integriteit of de intieme levenssfeer raken, behalve wanneer een bijzondere wet anders bepaalt;
  • de toestemming voor het gebruik van gameten of embryo’s in vitro voor onderzoeksdoeleinden;
  • de toestemming tot afneming van bloed en bloedderivaten;
  • de toestemming tot het wegnemen van organen;
  • de toestemming tot de wegneming van lichaamsmateriaal of het verzet daartegen;
  • het recht om een autopsie op een kind van minder dan achttien maanden te weigeren.

De wet behandelt deze keuzes als strikt persoonlijk. Daarom kan een bewindvoerder daarvoor niet geldig optreden.


Handelingen over persoonlijke staat en identiteit

Een bewindvoerder kan niet optreden voor de aangifte van de overtuiging dat het geslacht vermeld in de geboorteakte niet overeenstemt met de innerlijk beleefde genderidentiteit.

Ook die beslissing blijft dus buiten de bevoegdheid van de bewindvoerder.


Politieke rechten

Een bewindvoerder kan niet optreden voor de uitoefening van politieke rechten.

De wet sluit die rechten uitdrukkelijk uit. De bewindvoerder kan daarin dus geen geldige tussenkomst hebben.


Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten

Een bewindvoerder kan niet optreden voor:

  • schenkingen onder levenden, behalve de gebruikelijke geschenken in verhouding tot het vermogen van de beschermde persoon en de wettelijk geregelde uitzondering;
  • het maken of herroepen van een uiterste wilsbeschikking;
  • het aangaan van een toegelaten erfovereenkomst als beschikker;
  • het aangaan van een toegelaten erfovereenkomst als vermoedelijk erfgenaam wanneer die overeenkomst leidt tot afstand van rechten in een nog niet opengevallen nalatenschap.

Ook voor deze handelingen laat de wet dus geen tussenkomst van de bewindvoerder toe.

De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.

Laatst gewijzigd
19/03/2026
Geschreven door
Thema's
Regio
Posts op evocaat.be
Wetboekartikelen
Oud Burgerlijk Wetboek - Art. 497/2
Print dit artikel

Vind een advocaat binnen dit thema

Een bewindvoerder kan niet voor alle handelingen optreden. Voor sommige beslissingen sluit de wet elke tussenkomst uit.

Het gaat om handelingen die zo persoonlijk zijn dat de bewindvoerder daar niet kan bijstaan en ook niet kan vertegenwoordigen.


Een bewindvoerder kan normaal optreden voor handelingen waarvoor de beschermde persoon onbekwaam is verklaard. Voor bepaalde handelingen geldt een uitzondering. Ook als de beschermde persoon voor die handelingen onbekwaam is verklaard, kan de bewindvoerder daar niet voor optreden.

De wet trekt hier dus een duidelijke grens. Sommige beslissingen blijven zo nauw verbonden met de persoon zelf dat een bewindvoerder ze niet kan overnemen.


Handelingen over huwelijk en samenleven

Een bewindvoerder kan niet optreden voor:

  • de toestemming om te huwen;
  • een vordering tot nietigverklaring van een huwelijk;
  • het vaststellen van de echtelijke verblijfplaats;
  • de toestemming om over de gezinswoning te beschikken;
  • een vordering tot echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting;
  • een vordering tot scheiding van tafel en bed;
  • een verzoek tot echtscheiding door onderlinge toestemming;
  • een verklaring van wettelijke samenwoning;
  • de beëindiging van de wettelijke samenwoning.

Dat zijn beslissingen die rechtstreeks raken aan het huwelijk, het samenleven en het gezinsleven. De bewindvoerder kan die beslissingen niet in de plaats van de beschermde persoon nemen.


Handelingen over afstamming, adoptie en ouderlijk gezag

Een bewindvoerder kan ook niet optreden voor:

  • de erkenning van een kind;
  • de toestemming tot die erkenning;
  • het verzet tegen een rechtsvordering tot onderzoek naar moederschap of vaderschap;
  • de toestemming tot adoptie;
  • de uitoefening van het ouderlijk gezag over het minderjarige kind van de beschermde persoon;
  • de ouderlijke prerogatieven die verband houden met de staat van de persoon van dat minderjarige kind.

Voor het ouderlijk gezag geldt één uitzondering. Het wettelijk bewind over de goederen van het minderjarige kind valt niet onder dit verbod. Alleen het ouderlijk gezag over de persoon van het kind en de daarmee verbonden prerogatieven zijn uitgesloten.


Handelingen over het lichaam en medische keuzes

Een bewindvoerder kan niet optreden voor:

  • de toestemming tot sterilisatie;
  • de toestemming tot een handeling van medisch begeleide voortplanting;
  • een verzoek tot euthanasie;
  • een verzoek tot uitvoering van een zwangerschapsafbreking;
  • de toestemming voor handelingen die de fysieke integriteit of de intieme levenssfeer raken, behalve wanneer een bijzondere wet anders bepaalt;
  • de toestemming voor het gebruik van gameten of embryo’s in vitro voor onderzoeksdoeleinden;
  • de toestemming tot afneming van bloed en bloedderivaten;
  • de toestemming tot het wegnemen van organen;
  • de toestemming tot de wegneming van lichaamsmateriaal of het verzet daartegen;
  • het recht om een autopsie op een kind van minder dan achttien maanden te weigeren.

De wet behandelt deze keuzes als strikt persoonlijk. Daarom kan een bewindvoerder daarvoor niet geldig optreden.


Handelingen over persoonlijke staat en identiteit

Een bewindvoerder kan niet optreden voor de aangifte van de overtuiging dat het geslacht vermeld in de geboorteakte niet overeenstemt met de innerlijk beleefde genderidentiteit.

Ook die beslissing blijft dus buiten de bevoegdheid van de bewindvoerder.


Politieke rechten

Een bewindvoerder kan niet optreden voor de uitoefening van politieke rechten.

De wet sluit die rechten uitdrukkelijk uit. De bewindvoerder kan daarin dus geen geldige tussenkomst hebben.


Schenkingen, testamenten en erfovereenkomsten

Een bewindvoerder kan niet optreden voor:

  • schenkingen onder levenden, behalve de gebruikelijke geschenken in verhouding tot het vermogen van de beschermde persoon en de wettelijk geregelde uitzondering;
  • het maken of herroepen van een uiterste wilsbeschikking;
  • het aangaan van een toegelaten erfovereenkomst als beschikker;
  • het aangaan van een toegelaten erfovereenkomst als vermoedelijk erfgenaam wanneer die overeenkomst leidt tot afstand van rechten in een nog niet opengevallen nalatenschap.

Ook voor deze handelingen laat de wet dus geen tussenkomst van de bewindvoerder toe.

De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.

Laatst gewijzigd
19/03/2026
Geschreven door
Evocaat - Juridisch

Achter de schermen zijn wij druk aan het werk om dit platform te optimaliseren!

Wist u dat ons platform voortdurend in opbouw is? Zo kunnen wij u continu ondersteunen met actuele informatie!