Inbreng van giften bij een nalatenschap
Wanneer iemand tijdens zijn leven een schenking doet aan een erfgenaam, kan die schenking later invloed hebben op de verdeling van de nalatenschap. Een gift aan een erfgenaam wordt in veel gevallen beschouwd als een voorschot op zijn erfdeel.
In dat geval moet de gift bij de latere verdeling worden verrekend met het aandeel van de begiftigde erfgenaam. Die verrekening wordt de inbreng van giften genoemd.
Wat betekent inbreng van giften?
Inbreng van giften betekent dat:
bepaalde voordelen die een erfgenaam tijdens het leven van de overledene heeft ontvangen, worden meegeteld bij de latere verdeling van de nalatenschap.
De begiftigde erfgenaam moet het geschonken goed meestal niet teruggeven. In principe wordt de waarde van de gift aangerekend op zijn aandeel in de nalatenschap.
De achterliggende gedachte is helder. Een gift aan een erfgenaam wordt vaak beschouwd als een voorschot op zijn erfdeel. Door die gift mee te tellen bij de verdeling, wordt vermeden dat één erfgenaam eerst een belangrijk voordeel ontvangt en daarna nog volledig meedeelt in de nalatenschap.
Inbreng is dus geen sanctie. Het is een verrekeningstechniek om het evenwicht tussen erfgenamen te bewaren.
Wie moet giften inbrengen?
De inbrengplicht geldt vooral voor erfgenamen in rechte neerdalende lijn. Het gaat in de praktijk vooral om kinderen en verdere afstammelingen die tot de nalatenschap komen.
Een kind dat van de overledene een schenking heeft ontvangen, moet die gift in principe inbrengen tegenover zijn mede-erfgenamen. Dat geldt ook wanneer het kind de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaardt.
Andere familieleden zijn niet automatisch tot inbreng gehouden. Een verwant die geen erfgenaam in rechte neerdalende lijn is, moet alleen inbrengen wanneer de inbreng duidelijk werd opgelegd.
Voor de langstlevende echtgenoot en de langstlevende wettelijk samenwonende gelden afzonderlijke regels. Giften aan hen zijn niet vatbaar voor inbreng. Zij kunnen ook geen inbreng eisen van giften die aan andere erfgenamen werden gedaan.
Welke giften worden ingebracht?
De inbreng kan betrekking hebben op voordelen die een erfgenaam rechtstreeks of onrechtstreeks van de overledene heeft ontvangen.
Het kan gaan om een notariële schenking, een bankgift, een schenking van vastgoed, een geldsom, een onderneming, aandelen of een ander vermogensvoordeel. Ook bepaalde voordelen via testament kunnen in aanmerking komen.
Gebruikelijke geschenken blijven in principe buiten de inbreng. Denk aan gewone geschenken die passen bij de omstandigheden en het vermogen van de schen blijven in principe buiten de inbreng. Denk aanker.
Ook kosten van voeding, onderhoud, opvoeding, opleiding en bruiloft worden niet zomaar als in te brengen giften behandeld. Die kosten behoren meestal tot normale familiale ondersteuning.
Schenking als voorschot of buiten erfdeel
Bij inbreng draait veel rond de vraag hoe de schenking werd bedoeld.
1. Schenking als voorshcot op erfdeel
Een schenking als voorschot op erfdeel moet bij de latere verdeling worden verrekend. De erfgenaam heeft dan tijdens het leven van de overledene al een deel van zijn erfdeel ontvangen.
2. Schenking buiten erfdeel
Een schenking buiten erfdeel heeft een andere betekenis. De schenker wil de begiftigde dan een bijkomend voordeel geven bovenop zijn gewone erfdeel. In dat geval moet de gift niet worden ingebracht, zolang de regels over de reserve en de inkorting worden gerespecteerd.
De bedoeling van de schenker moet voldoende duidelijk blijken. Onduidelijke formuleringen kunnen bij de vereffening en verdeling tot discussie leiden.
Hoe gebeurt de inbreng?
De inbreng gebeurt in principe in waarde.
Dat betekent dat de erfgenaam het geschonken goed meestal niet fysiek aan de nalatenschap moet teruggeven. De waarde van de gift wordt verrekend met zijn erfdeel.
Die verrekening kan op verschillende manieren gebeuren. De begiftigde erfgenaam kan minder ontvangen uit de nalatenschap omdat hij eerder al een voordeel kreeg. Wanneer de in te brengen waarde groter is dan zijn aandeel, kan een betaling aan de boedel nodig zijn.
In bepaalde gevallen kan de erfgenaam voorstellen om het geschonken goed zelf in natura in te brengen. Dat kan alleen wanneer het goed nog aan hem toebehoort en niet bezwaard is met lasten of gebruiksrechten die bij de schenking nog niet bestonden.
Welke waarde wordt ingebracht?
De waardering van de gift is vaak een belangrijk discussiepunt.
Bij schenkingen wordt in principe gekeken naar de intrinsieke waarde van het geschonken goed op de dag van de schenking. Die waarde wordt vervolgens geïndexeerd tot op de dag van het overlijden.
De opbrengsten, het gebruik of het genot tussen de schenking en het overlijden worden in principe niet meegeteld. De begiftigde erfgenaam moet dus niet zomaar de vruchten of voordelen teruggeven die hij in die periode uit het goed heeft gehaald.
Voor legaten geldt een andere regel. De inbreng van een legaat gebeurt volgens de intrinsieke waarde van het gelegateerde goed op de dag waarop de nalatenschap openvalt.
Bij bijzondere schenkingen, zoals een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik, kunnen specifieke waarderingsregels gelden. Dan moet worden nagegaan wanneer de begiftigde werkelijk over de volle eigendom kon beschikken.
Interest op de inbrengschuld
Wanneer een erfgenaam een waarde moet inbrengen, ontstaat een inbrengschuld. Die schuld brengt van rechtswege interest op aan de wettelijke rentevoet vanaf de dag van het overlijden van de schenker.
Een correcte berekening is daarom belangrijk. De inbreng beïnvloedt niet alleen de verdeling zelf, maar ook de financiële afrekening tussen de erfgenamen.
Inbreng is niet hetzelfde als inkorting
Inbreng en inkorting worden vaak met elkaar verward. Toch gaat het om verschillende regels.
- Inbreng regelt de verhouding tussen mede-erfgenamen. Het mechanisme zorgt ervoor dat eerdere giften correct worden verrekend bij de verdeling.
- Inkorting beschermt de reserve van bepaalde erfgenamen. Wanneer schenkingen of legaten het voorbehouden erfdeel aantasten, kan een inkorting nodig zijn.
Een gift kan dus aanleiding geven tot inbreng, tot inkorting of tot beide. De beoordeling hangt af van de aard van de gift, de hoedanigheid van de begiftigde en de rechten van de andere erfgenamen.
De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.