Lijnen en graden in het erfrecht
Bij een nalatenschap is niet alleen belangrijk wie familie is, maar ook hoe dicht die familie juridisch verwant is met de overledene. Daarom werkt het erfrecht met lijnen en graden.
Die begrippen bepalen wie wettelijk in aanmerking komt om te erven en hoe ver de familieband reikt.
Rechte lijn
De erfopvolging is in rechte lijn wanneer personen van elkaar afstammen.
Het gaat om familieleden die rechtstreeks onder of boven elkaar staan in de familie.
1. Rechte neerdalende lijn
De rechte neerdalende lijn verbindt een stamouder met de personen die van die stamouder afstammen.
Voorbeelden:
- ouder en kind
- grootouder en kleinkind
- overgrootouder en achterkleinkind
2. Rechte opgaande lijn
De rechte opgaande lijn verbindt een persoon met degenen van wie die persoon afstamt.
Voorbeelden:
- kind en ouder
- kleinkind en grootouder
- achterkleinkind en overgrootouder
Zijlijn
De erfopvolging is in zijlijn wanneer personen niet van elkaar afstammen, maar wel een gemeenschappelijke stamouder hebben.
Het gaat dus om familieleden die op dezelfde familietak liggen, zonder dat de ene rechtstreeks afstamt van de andere.
Voorbeelden:
- broer en zus
- oom of tante en neef of nicht
- neven en nichten onderling
1. Nauwe zijverwanten
Broers en zussen en hun afstammelingen worden de nauwe zijverwanten genoemd.
2. Gewone zijverwanten
Andere verwanten in de zijlijn worden de gewone zijverwanten genoemd.
Graden van verwantschap
De afstand tussen twee verwanten wordt bepaald door het aantal generaties tussen hen.
Elke generatie telt als één graad.
Hoe kleiner het aantal graden, hoe nauwer de verwantschap.
1. Graden in de rechte lijn
In de rechte lijn zijn er zoveel graden als er generaties tussen de personen liggen.
Voorbeelden:
- kind tegenover vader of moeder: eerste graad
- kleinkind tegenover grootouder: tweede graad
- achterkleinkind tegenover overgrootouder: derde graad
Die telling werkt in beide richtingen.
Dus ook:
- vader of moeder tegenover kind: eerste graad
- grootouder tegenover kleinkind: tweede graad
2. Graden in de zijlijn
In de zijlijn telt men eerst van de ene verwant naar de gemeenschappelijke stamouder, en daarna van die stamouder naar de andere verwant.
Voorbeelden:
- broer en zus: tweede graad
- oom of tante tegenover neef of nicht: derde graad
- volle neven en nichten onderling: vierde graad
Verwanten verder dan de vierde graad
Verwanten verder dan de vierde graad erven in principe niet.
Er bestaat wel een uitzondering wanneer zij door plaatsvervulling tot de nalatenschap komen.
Let op!
Lijnen en graden bepalen hoe dicht een persoon juridisch met de overledene verwant is.
Die indeling is belangrijk omdat ze mee bepaalt wie wettelijk kan erven, welke familieleden voorrang hebben bij de verdeling van de nalatenschap, hoe ver het wettelijk erfrecht reikt en welk erfbelastingtarief van toepassing is.
De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.