Ouderlijk gezag
Een minderjarig kind staat onder het gezag van zijn ouders, het ouderlijk gezag.
Het ouderlijk gezag geeft ouders de bevoegdheid om beslissingen te nemen over het kind en om zijn belangen te beschermen.
Wat is ouderlijk gezag?
Ouderlijk gezag is de juridische bevoegdheid en verantwoordelijkheid van ouders om hun minderjarige kind op te voeden en zijn belangen te behartigen tot het kind meerderjarig wordt of ontvoogd wordt.
Het omvat onder meer:
- opvoeding en verzorging van het kind;
- het beheer van de goederen van het kind;
- de vertegenwoordiging van het kind in juridische en administratieve zaken.
Alle beslissingen moeten steeds worden genomen in het belang van het kind.
Beslissingen van ouders
Binnen het ouderlijk gezag nemen ouders beslissingen over belangrijke aspecten van het leven van hun kind, zoals:
- gezondheid en medische zorg;
- opvoeding en onderwijs;
- levensbeschouwelijke keuzes;
- activiteiten en vrijetijdsbesteding.
Daarnaast nemen ouders ook beslissingen over het dagelijkse leven van het kind, zoals regels rond voeding, hobby’s, zakgeld en andere praktische aangelegenheden.
De uitoefening van het ouderlijk gezag
1. Gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag
Wanneer de ouders samenleven, oefenen zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uit.
Ten aanzien van derden geldt een wettelijk vermoeden. Wanneer één ouder alleen een handeling stelt die verband houdt met het ouderlijk gezag, wordt aangenomen dat deze ouder handelt met instemming van de andere ouder, behalve wanneer de wet een uitzondering voorziet.
Bij onenigheid over een beslissing kan de vader of de moeder de zaak voorleggen aan de familierechtbank. De rechtbank kan één ouder toestemming geven om een bepaalde handeling alleen te stellen.
2. Ouderlijk gezag wanneer ouders niet samenleven
Wanneer de ouders niet samenleven, blijft het ouderlijk gezag in principe gezamenlijk.
De organisatie van het leven van het kind vereist dan afspraken over onder meer:
- de huisvesting van het kind;
- de plaats van het hoofdverblijf van het kind;
- belangrijke beslissingen over gezondheid, opvoeding en onderwijs;
- het persoonlijk contact tussen het kind en de andere ouder.
Bij gebrek aan overeenstemming kan de familierechtbank een regeling vastleggen. De rechtbank bepaalt dan onder meer de verblijfsregeling van het kind en de plaats waar het kind zijn hoofdverblijf heeft.
De rechter houdt daarbij rekening met het belang van het kind.
3. Ouderlijk gezag door één ouder
In bepaalde situaties wordt het ouderlijk gezag door één ouder alleen uitgeoefend.
Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer:
- de afstamming slechts ten aanzien van één ouder vaststaat;
- één ouder overleden is;
- één ouder afwezig is;
- één ouder niet in staat is zijn wil te uiten of juridisch onbekwaam is.
Wanneer geen van beide ouders het ouderlijk gezag kan uitoefenen, wordt een voogd aangesteld die het gezag over het kind uitoefent.
De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.