Wat betekent inkorting bij een erfenis?

Wie schenkt of een testament opstelt, kan niet onbeperkt over zijn vermogen beschikken. Het Belgische erfrecht beschermt bepaalde erfgenamen met een wettelijke reserve.

Wordt die reserve aangetast, dan kunnen reservataire erfgenamen een vordering tot inkorting instellen.


Wat is inkorting?

Inkorting is:

het juridische mechanisme waarmee de wettelijke reserve van reservataire erfgenamen wordt hersteld wanneer te veel werd geschonken of nagelaten.


De toepassing van inkorting

Een persoon beschikt tijdens zijn leven over een ruime vrijheid om zijn vermogen te organiseren.

Hij kan schenkingen doen en via testament bepalen wie na zijn overlijden wordt bevoordeeld.

Die vrijheid stopt echter waar het beschikbaar deel wordt overschreden en de wettelijke reserve van de reservataire erfgenamen wordt aangetast. Het beschikbaar deel is het deel waarover men vrij kan beschikken. De wettelijke reserve is het deel van de nalatenschap dat de wet voorbehoudt aan bepaalde erfgenamen.

In dat geval kan een vordering tot inkorting worden ingesteld om de aantasting recht te zetten.


Let op!

De reserve is geen verbod om te schenken, maar vormt wel een duidelijke grens. De erflater mag anderen bevoordelen, maar niet in die mate dat beschermde erfgenamen hun wettelijk minimumdeel verliezen.


Wie kan inkorting vragen?

De vordering tot inkorting komt niet aan iedereen toe. Zij behoort in principe alleen toe aan de erfgenamen aan wie de wet een reserve toekent.

In de praktijk gaat het vooral om:

  • de kinderen van de erflater;
  • de langstlevende echtgenoot.

Ook de erfgenamen of rechtverkrijgenden van een reservataire erfgenaam kunnen dit recht in bepaalde gevallen uitoefenen.


Hoe wordt bepaald of de reserve is aangetast?

Om te bepalen of inkorting nodig is, wordt een rekenboedel samengesteld. Die rekenboedel wordt ook de fictieve massa genoemd.

De berekening verloopt in grote lijnen in drie stappen.

Eerst kijkt men naar de goederen die bij het overlijden nog aanwezig zijn. Vervolgens trekt men de schulden van de overledene af. Daarna worden bepaalde schenkingen die de erflater tijdens zijn leven heeft gedaan, fictief opnieuw bijgeteld.

Die berekening voorkomt dat de wettelijke reserve eenvoudig wordt uitgehold door vóór het overlijden grote schenkingen te doen.

Op basis van de rekenboedel wordt het beschikbaar deel bepaald. Daarna wordt nagegaan of de schenkingen en legaten binnen dat beschikbaar deel blijven.


Voorbeeld van inkorting

Een ouder heeft twee kinderen. De rekenboedel bedraagt 200.000 euro.

De kinderen hebben samen recht op een reserve van 100.000 euro. Elk kind heeft dus in principe een reservatair aandeel van 50.000 euro.

De ouder schonk tijdens zijn leven 130.000 euro aan een vriend. Bij overlijden blijft nog 70.000 euro over.

Het beschikbaar deel bedraagt 100.000 euro. De schenking aan de vriend overschrijdt dat beschikbaar deel met 30.000 euro.

De kinderen kunnen dan inkorting vragen voor dat overschrijdende bedrag. De vriend moet in principe 30.000 euro vergoeden, zodat de wettelijke reserve wordt hersteld.


In welke volgorde gebeurt de inkorting?

De wet bepaalt in welke volgorde schenkingen en testamentaire beschikkingen worden ingekort. Die volgorde is belangrijk, omdat zij bepaalt welke begunstigde eerst wordt aangesproken.


 1.  Testamentaire beschikkingen

Eerst worden de testamentaire beschikkingen onderzocht. Dat zijn de voordelen die de erflater via testament heeft toegekend, zoals legaten.

Als deze legaten het beschikbaar deel overschrijden, worden zij in principe eerst verminderd. Zijn er meerdere legaten, dan gebeurt de inkorting doorgaans naar verhouding.

Pas wanneer de inkorting van de testamentaire beschikkingen niet volstaat om de wettelijke reserve te herstellen, komen de schenkingen aan bod.


 2.  Schenkingen

Bij schenkingen geldt een andere volgorde. Men begint met de meest recente schenking. Volstaat die niet, dan gaat men stap voor stap terug naar oudere schenkingen.

De reden is duidelijk. Oudere schenkingen worden zoveel mogelijk behouden. De meest recente schenking heeft het beschikbaar deel het laatst belast en wordt daarom als eerste aangesproken.

Wie als laatste een schenking ontving, loopt dus in principe het grootste risico dat die schenking later geheel of gedeeltelijk wordt ingekort.

De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.

Laatst gewijzigd
30/06/2026
Geschreven door
Thema's
Regio
Posts op evocaat.be
Wetboekartikelen
Burgerlijk Wetboek - Art. 4.150 - 4.157
Print dit artikel

Vind een advocaat binnen dit thema

Wie schenkt of een testament opstelt, kan niet onbeperkt over zijn vermogen beschikken. Het Belgische erfrecht beschermt bepaalde erfgenamen met een wettelijke reserve.

Wordt die reserve aangetast, dan kunnen reservataire erfgenamen een vordering tot inkorting instellen.


Wat is inkorting?

Inkorting is:

het juridische mechanisme waarmee de wettelijke reserve van reservataire erfgenamen wordt hersteld wanneer te veel werd geschonken of nagelaten.


De toepassing van inkorting

Een persoon beschikt tijdens zijn leven over een ruime vrijheid om zijn vermogen te organiseren.

Hij kan schenkingen doen en via testament bepalen wie na zijn overlijden wordt bevoordeeld.

Die vrijheid stopt echter waar het beschikbaar deel wordt overschreden en de wettelijke reserve van de reservataire erfgenamen wordt aangetast. Het beschikbaar deel is het deel waarover men vrij kan beschikken. De wettelijke reserve is het deel van de nalatenschap dat de wet voorbehoudt aan bepaalde erfgenamen.

In dat geval kan een vordering tot inkorting worden ingesteld om de aantasting recht te zetten.


Let op!

De reserve is geen verbod om te schenken, maar vormt wel een duidelijke grens. De erflater mag anderen bevoordelen, maar niet in die mate dat beschermde erfgenamen hun wettelijk minimumdeel verliezen.


Wie kan inkorting vragen?

De vordering tot inkorting komt niet aan iedereen toe. Zij behoort in principe alleen toe aan de erfgenamen aan wie de wet een reserve toekent.

In de praktijk gaat het vooral om:

  • de kinderen van de erflater;
  • de langstlevende echtgenoot.

Ook de erfgenamen of rechtverkrijgenden van een reservataire erfgenaam kunnen dit recht in bepaalde gevallen uitoefenen.


Hoe wordt bepaald of de reserve is aangetast?

Om te bepalen of inkorting nodig is, wordt een rekenboedel samengesteld. Die rekenboedel wordt ook de fictieve massa genoemd.

De berekening verloopt in grote lijnen in drie stappen.

Eerst kijkt men naar de goederen die bij het overlijden nog aanwezig zijn. Vervolgens trekt men de schulden van de overledene af. Daarna worden bepaalde schenkingen die de erflater tijdens zijn leven heeft gedaan, fictief opnieuw bijgeteld.

Die berekening voorkomt dat de wettelijke reserve eenvoudig wordt uitgehold door vóór het overlijden grote schenkingen te doen.

Op basis van de rekenboedel wordt het beschikbaar deel bepaald. Daarna wordt nagegaan of de schenkingen en legaten binnen dat beschikbaar deel blijven.


Voorbeeld van inkorting

Een ouder heeft twee kinderen. De rekenboedel bedraagt 200.000 euro.

De kinderen hebben samen recht op een reserve van 100.000 euro. Elk kind heeft dus in principe een reservatair aandeel van 50.000 euro.

De ouder schonk tijdens zijn leven 130.000 euro aan een vriend. Bij overlijden blijft nog 70.000 euro over.

Het beschikbaar deel bedraagt 100.000 euro. De schenking aan de vriend overschrijdt dat beschikbaar deel met 30.000 euro.

De kinderen kunnen dan inkorting vragen voor dat overschrijdende bedrag. De vriend moet in principe 30.000 euro vergoeden, zodat de wettelijke reserve wordt hersteld.


In welke volgorde gebeurt de inkorting?

De wet bepaalt in welke volgorde schenkingen en testamentaire beschikkingen worden ingekort. Die volgorde is belangrijk, omdat zij bepaalt welke begunstigde eerst wordt aangesproken.


 1.  Testamentaire beschikkingen

Eerst worden de testamentaire beschikkingen onderzocht. Dat zijn de voordelen die de erflater via testament heeft toegekend, zoals legaten.

Als deze legaten het beschikbaar deel overschrijden, worden zij in principe eerst verminderd. Zijn er meerdere legaten, dan gebeurt de inkorting doorgaans naar verhouding.

Pas wanneer de inkorting van de testamentaire beschikkingen niet volstaat om de wettelijke reserve te herstellen, komen de schenkingen aan bod.


 2.  Schenkingen

Bij schenkingen geldt een andere volgorde. Men begint met de meest recente schenking. Volstaat die niet, dan gaat men stap voor stap terug naar oudere schenkingen.

De reden is duidelijk. Oudere schenkingen worden zoveel mogelijk behouden. De meest recente schenking heeft het beschikbaar deel het laatst belast en wordt daarom als eerste aangesproken.

Wie als laatste een schenking ontving, loopt dus in principe het grootste risico dat die schenking later geheel of gedeeltelijk wordt ingekort.

De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.

Laatst gewijzigd
30/06/2026
Geschreven door
Evocaat - Juridisch