Verslag van de bewindvoerder
De bewindvoerder staat onder toezicht van de vrederechter.
De wet verplicht de bewindvoerder om op regelmatige basis verslag uit te brengen over de uitoefening van zijn opdracht.
Wettelijk kader van de verslaggeving
De vrederechter bepaalt in principe wanneer en op welke wijze de bewindvoerder verslag moet uitbrengen. Wanneer daarover geen specifieke bepalingen zijn opgenomen, geldt als algemene regel dat de bewindvoerder jaarlijks een schriftelijk verslag moet indienen.
Dit verslag wordt meegedeeld aan:
- de vrederechter;
- de beschermde persoon;
- de vertrouwenspersoon (indien aanwezig);
- de andere bewindvoerder (persoon of goederen).
De vrederechter kan uitzonderlijk beslissen dat het verslag niet aan de beschermde persoon moet worden bezorgd, wanneer deze niet in staat is om er kennis van te nemen.
Het jaarlijks verslag
1. Bewindvoerder over de persoon
De bewindvoerder over de persoon rapporteert over de persoonlijke situatie en het welzijn van de beschermde persoon.
Het verslag moet minstens volgende gegevens bevatten:
- de identiteit en contactgegevens van de bewindvoerder;
- de identiteit en verblijfplaats van de beschermde persoon en diens vertrouwenspersoon;
- de leefsituatie van de beschermde persoon;
- de maatregelen die zijn genomen om het welzijn te bevorderen;
- de wijze waarop de beschermde persoon en betrokkenen werden geraadpleegd en betrokken;
- de opvolging van eerdere opmerkingen van de vrederechter.
2. De bewindvoerder over de goederen
De bewindvoerder over de goederen rapporteert over het financieel beheer en de materiële situatie van de beschermde persoon.
Het verslag moet minstens bevatten:
- de identiteit en contactgegevens van de bewindvoerder;
- de identiteit van de beschermde persoon en diens vertrouwenspersoon;
- een overzicht van het vermogen bij het begin en het einde van de verslagperiode;
- de betrokkenheid van de beschermde persoon en andere partijen bij het beheer;
- de materiële levensomstandigheden van de beschermde persoon;
- de opvolging van eerdere opmerkingen van de vrederechter.
Bij dit verslag moeten ook bewijsstukken worden gevoegd, waaronder:
- rekeningoverzichten van bankrekeningen;
- een overzicht van verrichtingen;
- attesten van financiële instellingen voor belegde kapitalen.
De bewindvoerder moet bovendien een vereenvoudigde boekhouding bijhouden, tenzij de vrederechter hiervan vrijstelling verleent.
Het beginverslag van de bewindvoerder
Bij de start van de bewindvoering moet de bewindvoerder een beginverslag opstellen. Dit verslag geeft een overzicht van de situatie op het moment van de aanstelling.
Het beginverslag bevat onder meer:
- de persoonlijke situatie van de beschermde persoon;
- een overzicht van het vermogen en de financiële toestand;
- de lopende verplichtingen en bestaande rechten.
Dit verslag vormt het referentiepunt voor de verdere opvolging en controle van het bewind.
Het eindverslag van de bewindvoerder
Wanneer de bewindvoering eindigt, moet de bewindvoerder een eindverslag opstellen.
Dit verslag bevat:
- een volledig overzicht van het beheer tijdens de bewindvoering;
- de eindtoestand van het vermogen;
- een verantwoording van de gestelde handelingen.
Het eindverslag maakt het mogelijk om de volledige opdracht af te sluiten en te controleren of het beheer correct is verlopen.
Controle en goedkeuring door de vrederechter
Alle verslagen worden opgenomen in het administratief dossier van de bewindvoering. De vrederechter oefent controle uit door:
- het verslag na te kijken;
- het verslag goed te keuren;
- opmerkingen of richtlijnen te formuleren;
- eventueel bijkomende maatregelen te nemen.
Deze controle vormt een essentieel onderdeel van de bescherming van de belangen van de beschermde persoon.
De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.