Winkeldiefstal: juridische gevolgen en procedures
Wanneer is er juridisch sprake van winkeldiefstal? Is het verbergen of niet afrekenen van een product voldoende? En welke gevolgen kunnen volgen wanneer iemand wordt betrapt?
Evocaat legt uit wat winkeldiefstal precies inhoudt, wanneer de feiten strafbaar zijn en welke verdere stappen mogelijk zijn.
Wat is winkeldiefstal?
Winkeldiefstal valt onder de algemene strafbaarstelling van diefstal.
Artikel 463 van het Strafwetboek omschrijft diefstal als:
het bedrieglijk wegnemen, zelfs kortstondig, van een zaak die aan een ander toebehoort.
Om van winkeldiefstal te kunnen spreken, moeten dus verschillende elementen samen aanwezig zijn. Er moet een goed worden weggenomen dat aan een ander toebehoort en dat wegnemen moet bedrieglijk gebeuren.
De waarde van het goed is daarbij op zichzelf niet bepalend. Ook het kortstondig wegnemen van een goed kan onder de wettelijke definitie vallen.
Het bedrieglijke karakter
Het bedrieglijke karakter is een essentieel element van diefstal.
Er moet sprake zijn van een bewuste gedraging waarbij iemand een goed van een ander wegneemt met de bedoeling zich dat goed zonder recht toe te eigenen.
Die intentie kan worden afgeleid uit het gedrag van de betrokkene en uit de omstandigheden waarin de feiten plaatsvinden.
Dat is niet altijd eenvoudig.
Is iemand die een winkel verlaat met een onbetaald product automatisch een winkeldief? Niet noodzakelijk. Een vergissing of vergetelheid is niet hetzelfde als een bedrieglijk wegnemen.
Ook het wegstoppen van een product in een tas of jaszak bewijst op zichzelf niet steeds dat er sprake is van diefstal. Die gedraging kan wel, samen met andere omstandigheden, een aanwijzing vormen van de bedoeling om het product niet af te rekenen.
Of sprake is van winkeldiefstal moet daarom steeds worden beoordeeld aan de hand van alle concrete omstandigheden van het geval.
Wat gebeurt er wanneer iemand op winkeldiefstal wordt betrapt?
Wanneer wordt vastgesteld dat goederen niet werden betaald, kunnen verschillende verdere stappen volgen.
1. Betaling van de niet-betaalde goederen
Artikel 125 van de Wet Private Veiligheid bepaalt dat een bewakingsagent aan een klant die op diefstal werd betrapt geen andere geldsom mag vragen dan het bedrag dat overeenstemt met de betaling van de ontvreemde goederen.
Een bewakingsagent kan dus niet zelf een strafrechtelijke boete opleggen.
De bevoegdheid van de bewakingsagent blijft beperkt tot wat de wet hem uitdrukkelijk toestaat.
2. Minnelijke afhandeling via politie en parket
Voor bepaalde eenvoudige winkeldiefstallen kan een snelle strafrechtelijke afhandeling volgen.
De politie kan, binnen de richtlijnen van het Openbaar Ministerie, een zogenaamde lik-op-stukboete of onmiddellijke minnelijke schikking voorstellen.
Die regeling is bedoeld voor duidelijke en eenvoudige feiten. Voor winkeldiefstal geldt onder meer dat de betrokkene op heterdaad moet zijn betrapt, de feiten moet erkennen en moet instemmen met de voorgestelde schikking. Eventuele schade aan de winkelier moet eveneens worden vergoed. De FOD Justitie vermeldt voor deze procedure een bedrag tot 350 euro.
Wordt de minnelijke schikking correct uitgevoerd en betaald, dan wordt de zaak buiten een klassieke strafprocedure afgehandeld.
3. Verdere strafrechtelijke vervolging
Wanneer de feiten worden betwist, ernstiger zijn of verder onderzoek vereisen, kan een proces-verbaal worden opgesteld en aan het parket worden overgemaakt.
De procureur des Konings beslist vervolgens welk gevolg aan het dossier wordt gegeven.
Het dossier kan worden geseponeerd, buitengerechtelijk worden afgehandeld of aanleiding geven tot strafrechtelijke vervolging.
Wanneer een vervolging wordt ingesteld, beoordeelt de bevoegde strafrechter uiteindelijk of de diefstal bewezen is en welke straf of maatregel wordt opgelegd.
Welke strafrechtelijke sancties zijn van toepassing?
De straf hangt in belangrijke mate af van de aard van de diefstal.
1. Gewone diefstal zonder geweld
Een gewone winkeldiefstal waarbij geen geweld of bedreiging wordt gebruikt, valt onder artikel 465 van het Strafwetboek.
Diefstal zonder geweld of bedreiging wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Voor een natuurlijke persoon kan een straf van niveau 2 onder meer bestaan uit:
- een gevangenisstraf van zes maanden tot ten hoogste drie jaar;
- elektronisch toezicht;
- een werkstraf;
- een probatiestraf;
- een veroordeling bij schuldigverklaring.
De rechter kan daarnaast, wanneer de wet dat toelaat, een bijkomende geldboete opleggen. Voor niveau 2 kan die bijkomende geldboete oplopen tot 5.000 euro.
2. Diefstal met geweld of bedreiging
Wanneer bij de diefstal geweld of bedreiging wordt gebruikt, is geen sprake meer van een gewone diefstal zonder geweld.
Artikel 467 van het Strafwetboek bepaalt dat diefstal met geweld of bedreiging wordt bestraft met een straf van niveau 3.
Voor een natuurlijke persoon bestaat niveau 3 in beginsel uit een gevangenisstraf van meer dan drie jaar tot ten hoogste vijf jaar. Bij verzachtende omstandigheden kan de rechter terugvallen op een straf van niveau 2 of niveau 1.
Bij bijkomende verzwarende omstandigheden kunnen nog hogere strafniveaus gelden.
De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.