Afstamming langs meemoederszijde

De afstamming van een kind bepaalt wie juridisch als ouder wordt erkend.

Naast de afstamming langs moederszijde en vaderszijde voorziet het Burgerlijk Wetboek ook regels voor de afstamming van meemoederszijde.


Wat is meemoederschap?

Meemoederschap is de juridische afstammingsband tussen een kind en de vrouwelijke partner van de moeder.

De meemoeder is dus niet de vrouw die het kind heeft gebaard, maar de partner van de moeder die juridisch als tweede ouder wordt erkend.

Wanneer het meemoederschap vaststaat, wordt de meemoeder in het recht op dezelfde manier behandeld als een ouder.


Wanneer kan meemoederschap worden vastgesteld?

De regels over meemoederschap worden toegepast wanneer het vaderschap van het kind niet vaststaat.

Een kind kan namelijk maximaal twee juridische ouders hebben. Wanneer er reeds een afstammingsband met een vader bestaat, kan er in principe geen meemoederschap worden vastgesteld.

Wanneer geen vaderschap bestaat, kan het meemoederschap volgens de wet op drie manieren worden vastgesteld:

  • door het vermoeden van meemoederschap binnen het huwelijk;
  • door erkenning van het kind;
  • door gerechtelijke vaststelling van het meemoederschap.


 1.  Vermoeden van meemoederschap binnen het huwelijk

Wanneer twee vrouwen met elkaar gehuwd zijn, kan het meemoederschap automatisch ontstaan.

Een kind dat:

  • tijdens het huwelijk wordt geboren; of
  • binnen 300 dagen na de ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk wordt geboren,
  • heeft in principe de echtgenote van de moeder tot meemoeder.

Deze regel werkt op dezelfde manier als het vermoeden van vaderschap binnen een huwelijk.


Betwisting van het vermoeden van meemoederschap

Het vermoeden van meemoederschap kan in bepaalde gevallen worden betwist voor de familierechtbank.

Een dergelijke vordering kan onder meer worden ingesteld door:

  • de moeder;
  • het kind;
  • de vrouw ten aanzien van wie het meemoederschap vaststaat;
  • een vrouw die het meemoederschap opeist;
  • een man die het vaderschap van het kind opeist.

De wet voorziet specifieke termijnen waarbinnen deze vorderingen moeten worden ingesteld.

Bij de beoordeling onderzoekt de rechtbank onder meer of de echtgenote toestemming heeft gegeven voor de daad die de voortplanting tot doel had, bijvoorbeeld in het kader van medisch begeleide voortplanting.


 2.  Erkenning van het kind door de meemoeder

Wanneer het meemoederschap niet automatisch ontstaat door het huwelijk, kan het ook worden vastgesteld door erkenning van het kind.

De erkenning gebeurt via een akte van de burgerlijke stand en volgt de algemene regels over erkenning van een kind.

Voor een geldige erkenning moet onder meer vaststaan dat:

  • het meemoederschap nog niet bestaat krachtens het huwelijk;
  • de erkenner heeft toegestemd in de medisch begeleide voortplanting;
  • de verwekking van het kind het gevolg kan zijn van deze toestemming.

Wanneer deze voorwaarden niet vervuld zijn, kan de erkenning niet plaatsvinden.


Kennisgeving wanneer de meemoeder gehuwd is

Wanneer een gehuwde vrouw een kind erkent van een persoon die niet haar echtgenoot of echtgenote is, moet deze erkenning ter kennis worden gebracht van de echtgenoot of echtgenote.

Totdat deze kennisgeving heeft plaatsgevonden, kan de erkenning niet worden tegengeworpen aan de echtgenoot of echtgenote en aan de kinderen uit dat huwelijk.


Betwisting van de erkenning van meemoederschap

Een erkenning van meemoederschap kan later worden betwist voor de familierechtbank.

Een vordering kan worden ingesteld door onder meer:

  • de moeder;
  • het kind;
  • de vrouw die het kind heeft erkend;
  • een vrouw die het meemoederschap opeist;
  • een man die het vaderschap opeist.

De rechtbank onderzoekt of de wettelijke voorwaarden voor het meemoederschap vervuld zijn, in het bijzonder of er toestemming voor de medisch begeleide voortplanting bestond.

Wanneer blijkt dat die toestemming ontbrak of dat de verwekking daarvan geen gevolg kan zijn, kan de erkenning worden vernietigd.


 3.  Gerechtelijke vaststelling van het meemoederschap

Wanneer het meemoederschap niet vaststaat door huwelijk en ook niet door erkenning, kan het nog gerechtelijk worden vastgesteld.

De familierechtbank kan dan op verzoek van een betrokken partij onderzoeken of een afstammingsband moet worden vastgesteld.

De rechtbank houdt daarbij onder meer rekening met:

  • het bezit van staat ten aanzien van de vermeende meemoeder;
  • het bewijs van toestemming tot medisch begeleide voortplanting.

Wanneer blijkt dat geen toestemming werd gegeven of dat de geboorte daarvan niet het gevolg kan zijn, wordt de vordering afgewezen.


Beperkingen bij het onderzoek naar meemoederschap

Een onderzoek naar het meemoederschap is niet ontvankelijk wanneer uit de vaststelling van de afstamming een huwelijksbeletsel tussen de moeder en de vermeende meemoeder zou blijken waarvoor geen ontheffing mogelijk is.

De familierechtbank kan wel onderzoeken of de vaststelling van het meemoederschap niet strijdig is met het belang van het kind.

De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.

Laatst gewijzigd
11/03/2026
Geschreven door
Thema's
Regio
Posts op evocaat.be
Wetboekartikelen
Oud Burgerlijk Wetboek - Art. 325
Print dit artikel

Vind een advocaat binnen dit thema

De afstamming van een kind bepaalt wie juridisch als ouder wordt erkend.

Naast de afstamming langs moederszijde en vaderszijde voorziet het Burgerlijk Wetboek ook regels voor de afstamming van meemoederszijde.


Wat is meemoederschap?

Meemoederschap is de juridische afstammingsband tussen een kind en de vrouwelijke partner van de moeder.

De meemoeder is dus niet de vrouw die het kind heeft gebaard, maar de partner van de moeder die juridisch als tweede ouder wordt erkend.

Wanneer het meemoederschap vaststaat, wordt de meemoeder in het recht op dezelfde manier behandeld als een ouder.


Wanneer kan meemoederschap worden vastgesteld?

De regels over meemoederschap worden toegepast wanneer het vaderschap van het kind niet vaststaat.

Een kind kan namelijk maximaal twee juridische ouders hebben. Wanneer er reeds een afstammingsband met een vader bestaat, kan er in principe geen meemoederschap worden vastgesteld.

Wanneer geen vaderschap bestaat, kan het meemoederschap volgens de wet op drie manieren worden vastgesteld:

  • door het vermoeden van meemoederschap binnen het huwelijk;
  • door erkenning van het kind;
  • door gerechtelijke vaststelling van het meemoederschap.


 1.  Vermoeden van meemoederschap binnen het huwelijk

Wanneer twee vrouwen met elkaar gehuwd zijn, kan het meemoederschap automatisch ontstaan.

Een kind dat:

  • tijdens het huwelijk wordt geboren; of
  • binnen 300 dagen na de ontbinding of nietigverklaring van het huwelijk wordt geboren,
  • heeft in principe de echtgenote van de moeder tot meemoeder.

Deze regel werkt op dezelfde manier als het vermoeden van vaderschap binnen een huwelijk.


Betwisting van het vermoeden van meemoederschap

Het vermoeden van meemoederschap kan in bepaalde gevallen worden betwist voor de familierechtbank.

Een dergelijke vordering kan onder meer worden ingesteld door:

  • de moeder;
  • het kind;
  • de vrouw ten aanzien van wie het meemoederschap vaststaat;
  • een vrouw die het meemoederschap opeist;
  • een man die het vaderschap van het kind opeist.

De wet voorziet specifieke termijnen waarbinnen deze vorderingen moeten worden ingesteld.

Bij de beoordeling onderzoekt de rechtbank onder meer of de echtgenote toestemming heeft gegeven voor de daad die de voortplanting tot doel had, bijvoorbeeld in het kader van medisch begeleide voortplanting.


 2.  Erkenning van het kind door de meemoeder

Wanneer het meemoederschap niet automatisch ontstaat door het huwelijk, kan het ook worden vastgesteld door erkenning van het kind.

De erkenning gebeurt via een akte van de burgerlijke stand en volgt de algemene regels over erkenning van een kind.

Voor een geldige erkenning moet onder meer vaststaan dat:

  • het meemoederschap nog niet bestaat krachtens het huwelijk;
  • de erkenner heeft toegestemd in de medisch begeleide voortplanting;
  • de verwekking van het kind het gevolg kan zijn van deze toestemming.

Wanneer deze voorwaarden niet vervuld zijn, kan de erkenning niet plaatsvinden.


Kennisgeving wanneer de meemoeder gehuwd is

Wanneer een gehuwde vrouw een kind erkent van een persoon die niet haar echtgenoot of echtgenote is, moet deze erkenning ter kennis worden gebracht van de echtgenoot of echtgenote.

Totdat deze kennisgeving heeft plaatsgevonden, kan de erkenning niet worden tegengeworpen aan de echtgenoot of echtgenote en aan de kinderen uit dat huwelijk.


Betwisting van de erkenning van meemoederschap

Een erkenning van meemoederschap kan later worden betwist voor de familierechtbank.

Een vordering kan worden ingesteld door onder meer:

  • de moeder;
  • het kind;
  • de vrouw die het kind heeft erkend;
  • een vrouw die het meemoederschap opeist;
  • een man die het vaderschap opeist.

De rechtbank onderzoekt of de wettelijke voorwaarden voor het meemoederschap vervuld zijn, in het bijzonder of er toestemming voor de medisch begeleide voortplanting bestond.

Wanneer blijkt dat die toestemming ontbrak of dat de verwekking daarvan geen gevolg kan zijn, kan de erkenning worden vernietigd.


 3.  Gerechtelijke vaststelling van het meemoederschap

Wanneer het meemoederschap niet vaststaat door huwelijk en ook niet door erkenning, kan het nog gerechtelijk worden vastgesteld.

De familierechtbank kan dan op verzoek van een betrokken partij onderzoeken of een afstammingsband moet worden vastgesteld.

De rechtbank houdt daarbij onder meer rekening met:

  • het bezit van staat ten aanzien van de vermeende meemoeder;
  • het bewijs van toestemming tot medisch begeleide voortplanting.

Wanneer blijkt dat geen toestemming werd gegeven of dat de geboorte daarvan niet het gevolg kan zijn, wordt de vordering afgewezen.


Beperkingen bij het onderzoek naar meemoederschap

Een onderzoek naar het meemoederschap is niet ontvankelijk wanneer uit de vaststelling van de afstamming een huwelijksbeletsel tussen de moeder en de vermeende meemoeder zou blijken waarvoor geen ontheffing mogelijk is.

De familierechtbank kan wel onderzoeken of de vaststelling van het meemoederschap niet strijdig is met het belang van het kind.

De informatie via evocaat.be verstrekt is geen juridisch advies over specifieke juridische problemen. Evocaat.be is niet verantwoordelijk of aansprakelijk voor enige schade die veroorzaakt wordt door gebruik van deze informatie. Voor persoonlijk juridisch advies dient u een advocaat te contacteren.

Laatst gewijzigd
11/03/2026
Geschreven door
Evocaat - Juridisch

Achter de schermen zijn wij druk aan het werk om dit platform te optimaliseren!

Wist u dat ons platform voortdurend in opbouw is? Zo kunnen wij u continu ondersteunen met actuele informatie!